Het magazine dat kinderen benadert met een open geest

Search

Sprookjes zijn essentieel voor de kindertijd

Sprookjes zijn essentieel voor de kindertijd

Begin negentiende eeuw waren ze populair en dat zijn ze nu nog steeds. Alhoewel ze op scholen steeds minder verteld worden.  We zien ze soms als te gruwelijk. Maar toch hebben zij hun waarde vandaar dit blogartikel. De sprookjes van de meester-vertellers De Gebroeders Grimm en Hans Christiaan Andersen  spreken nog steeds tot onze verbeelding. En dat is te merken,  want vele sprookjes worden verfilmd, soms wat aangepast of er is een moderne navertelling hiervan. Ze zijn een neerslag van eeuwenoude inzichten.

Sprookjes zijn goud waard

Als je wilt dat je kinderen intelligent zijn, lees dan sprookjes voor. Als je wilt dat ze intelligenter worden, lees ze dan meer sprookjes voor.” -Albert Einstein 

  1. Verbeeldingskracht & fantasie: De sprookjesbeelden brengen het denken in beweging en stimuleren de verwondering. Sprookjes prikkelen en ontwikkelen de fantasie van de lezer of de  luisteraar waardoor de verbeeldingskracht geactiveerd wordt en deze nieuwe beelden voor zichzelf kan creëren.
  2. Moraal & levenslessen: Iedere volwassene weet dat sprookjes een moraal bevatten. Bij een kind gebeurt dit intuïtief in de vorm van beeldentaal. Een leugen of een slechte daad kunnen zij herkennen door de oprechtheid en de waarheid die daartegenover staat. De ontwikkelingsweg van een mens waarbij verschillende uitdagingen, opdrachten of waarschuwingen aan de orde komen, zijn vaak voorbeelden van een dergelijke moraal. De voorgelezen vertellingen zijn niet direct begrijpelijk voor kinderen, maar ze herkennen wel de levenslessen in een beeldentaal die bekend is bij hen.
  3. Karaktertrekken: In alle sprookjes zijn de karaktertrekken/emoties van de personages heel extreem. Bijvoorbeeld: de heks is niet een beetje gemeen maar hééél gemeen, de reus, die is niet gewoon lomp, die is zeer lomp.
    De personages hebben een uitgesproken karakter. Als dat niet mag, dan geef je de kinderen de boodschap dat uitgesproken gevoelens niet ok zijn. Kinderen zien: ‘Het bestaat’, en dan is dat een geruststelling voor hen.
  4. Gevoelens leren kennen: Het is voor kinderen belangrijk dat ze extreme gevoelens kunnen projecteren. Typisch: als een kind pijn heeft, gaat het enorm hard wenen, en dan 5 minuten later hoor je niets meer. Die zijn niet gewoon boos, maar héééél boos.
  5. Leren dromen: Sprookjes beantwoorden ook aan de behoefte van de kinderen. Wij volwassenen denken al meer genuanceerd, maar kinderen denken meer in zwart-wit. In sprookjes kunnen kinderen ook hun dromen projecteren.
  6. Oplosgericht denken: Het is belangrijk om vaak sprookjes voor te lezen: zo horen de kinderen keer op keer hoe moeilijk het ‘leven’ kan zijn. Maar ze leren eruit: er zijn problemen in het leven maar het wordt altijd opgelost. Want: elk sprookje loopt goed af ! Ze leren van de personages in verhalen, zelfs als volwassenen. Ze helpen ons omdat we verbinding maken met ons eigen leven, dromen, angsten en nadenken over wat we in hun schoenen zouden doen. Sprookjes helpen kinderen te leren door het leven te navigeren.
  7. Emotionele veerkracht: Sprookjes tonen problemen uit het echte leven in een fantastisch scenario waarin meestal de held zegeviert. (Behalve in originelen van Grimm.) Kinderen moeten in een veilige omgeving ontdekken dat bij iedereen wel eens iets negatief of verkeerd gebeurt. Niemand in het leven is immuun voor uitdagingen – dus moeten we capaciteit opbouwen bij onze kinderen. Dus sprookjes tonen kinderen hoe je met emoties kan omgaan en wat de uitkomst daarvan is. Sprookjes tonen wanneer je in je eigen kracht gelooft en je innerlijke stem volgt, je uit donkere situaties uit kan stijgen.
  8. Verbeeldingskracht en magie creëren: Kinderen hebben een enorme verbeeldingskracht. Sterker zij leven bijna voortdurend in een fantasiewereld. Zij leven vaak in een wereld waarin alles mogelijk is en kan. Sprookjes helpen dit vaak nog meer te activeren.

“Als ik mezelf en mijn manier van denken onderzoek, kom ik tot de conclusie dat de gave van fantasie meer voor mij heeft betekend dan enig talent voor abstract, positief denken.” -Albert Einstein

Moet je ergens op letten als je sprookjes voorleest?

  • 6-7 jaar is een goede leeftijd. Maar elk kind is anders. Eigenlijk moet je jezelf gewoon afvragen:‘Is mijn kind klaar voor sprookjes?’. Wat is er belangrijk: je kind moet in staat zijn om zijn gevoelens in taal uit te drukken.
  • Hou oogcontact met je kind terwijl je voorleest, dan zie je de reactie van je kind. Een kind fantaseert enkel over wat het zelf aankan. De gruwelijke taferelen, zoals de wolf die oma opeet, ’ die hij niet aankan, daar stelt hij zich gewoon niets bij voor.

Bij het voorlezen kan je als ouder ook meteen reageren en zeggen: ‘wat denk je?’, en ‘blijf luisteren want, vergeet niet dat elke sprookje goed afloopt!’ Je kan ook zeggen: ‘Wij kunnen die wolf de baas’. En op het einde van het verhaal merkt het kind dat alles goed komt.

  • Let op met wat je vertelt voor het slapen gaan. Stop niet met lezen op een eng stuk. Stop waar een positieve wending is, en dan kan je je kindje een nachtkus geven en laten slapen.

Elke sprookje heeft zijn ‘levensles’

Enkele voorbeelden:

– Klein duimpje: Dit verhaal speelt in op de verlatingsangst. Een kind wordt wel eens alleen gelaten: bv de eerste schooldag, alleen op kinderkamp. Klein duimpje toont dat ook al ben je alleen, je komt het altijd te boven, als je in je eigen kracht maar gelooft en durft om hulp te vragen.  Het komt goed!

De 3 biggetjes: 1e biggetje bouwt een huisje van stro, het 2e van takken uit het bos. Alle 2 niet stevig. De derde maakt een stenen huis en vangt de wolf, hij maakt er zijn werk van. De les hierin? Wanneer je iets doet, doe het goed en niet zo maar half om half.  Het heeft ook met zelfrespect te maken. Ik verdien het om in een goed stevig huis te wonen, dus ik maak er nu mijn werk van! Spelen en muziek maken kunnen we nadien ook nog doen. Eerst doen we wat minder leuk is maar wel belangrijk. En daarna kunnen we echt feesten.

En ze ontdekken hierin ook dat je uit je fouten kan leren.

– Hans & Grietje: De les is wanneer iemand, hier de heks, een ander persoon wil pijn doen of zelfs opeten,  dit noodlot zelf  zal ondergaan,  en dus hierdoor zichzelf straft . Hier is Grietje ‘de kleine heldin’. Ze voelt dat ze haar broertje moet redden en ze heeft geen andere keus. Ze zet al haar angst opzij om haar broer te redden. Dus voel wat je kan doen en wees niet bang om een zware confrontatie aan te gaan.

Ik wens je fijne voorleesmomenten toe!

Magdalena Troch

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Previous slide
Next slide

Reageren op dit artikel..