Het magazine dat kinderen benadert met een open geest

Search

Maakt A.I. het klassieke onderwijs overbodig?

Maakt A.I. het klassieke onderwijs overbodig?

Rudy Van Damme was benieuwd wat A.I. zou antwoorden en ging een interview aan met A.I. over de toekomst van leren.

Rudy: Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Zullen universiteiten, hogescholen en scholen door artificiële intelligentie uiteindelijk overbodig worden?

A.I.: Niet het onderwijs, maar mogelijk wel een deel van het onderwijssysteem zoals wij dat vandaag kennen. Dat onderscheid is cruciaal. Mensen zullen altijd moeten leren. Maar het historische model waarbij dertig leerlingen op hetzelfde moment, in hetzelfde lokaal, uit hetzelfde handboek, in hetzelfde tempo ongeveer hetzelfde moeten leren, is niet noodzakelijk de definitieve vorm van onderwijs. A.I. maakt voor het eerst gepersonaliseerd onderwijs op zeer grote schaal mogelijk. Iedere leerling kan in principe beschikken over een persoonlijke tutor die uitleg aanpast aan zijn niveau, voorkennis, tempo en leerstijl.

Rudy: U zegt eigenlijk dat de school als kennisoverdrager haar monopolie verliest?

A.I.: De monopolie is ze al aan het verliezen. Eeuwenlang waren kennis en deskundigheid schaars. Je ging naar een universiteit omdat daar de professoren, bibliotheken, laboratoria en gespecialiseerde teksten aanwezig waren. Het internet maakte informatie overvloedig. A.I. voegt daar iets veel ingrijpenders aan toe: interactie met die informatie. Een boek kan niet vragen: “Begrijp je wat ik zojuist heb uitgelegd?” Een A.I. kan dat wel. Ze kan vervolgens vaststellen waar het misverstand zit, een ander voorbeeld geven, een oefening genereren, het niveau verlagen of verhogen en later controleren of de kennis werkelijk beklijft.

Rudy: Is dat niet precies wat een goede leraar doet?

A.I.: Absoluut. En daarin schuilt zowel de kracht als de bedreiging. Een uitstekende privéleraar doet dit al eeuwen. Alleen was dergelijke begeleiding duur en daardoor slechts voor een kleine groep beschikbaar. A.I. kan iets aanbieden dat op bepaalde vlakken op privéonderwijs lijkt, maar dan aan miljoenen mensen tegelijk. Dat kan een democratiserende werking hebben.

Rudy: Stel dat ik vijftien jaar oud ben en moeite heb met wiskunde. Wat zou er veranderen?

A.I.: In het klassieke systeem zegt het uurrooster bijvoorbeeld: om 10.00 uur algebra, gedurende vijftig minuten. Daarna geschiedenis. Of jij algebra begrepen hebt, verandert weinig aan dat schema. Een intelligent leersysteem zou kunnen vaststellen dat jouw probleem niet bij algebra zelf ligt, maar bij een onvolledig begrip van breuken dat drie jaar eerder is ontstaan. Het systeem kan dan teruggaan. Niet naar “het leerplan van het derde jaar”, maar naar jouw ontbrekende bouwsteen. Daarna wordt opnieuw opgebouwd totdat je verder kunt. Dat betekent een verschuiving van: onderwijs georganiseerd rond leeftijd en tijd naar: onderwijs georganiseerd rond beheersing en ontwikkeling.

Rudy: Betekent dat het einde van het klaslokaal?

A.I.: Niet noodzakelijk. Misschien betekent het juist de redding ervan. Wanneer A.I. een belangrijk deel van kennisoverdracht, oefeningen, differentiatie en feedback overneemt, hoeft een leraar minder tijd te besteden aan klassikale instructie en administratie. Het klaslokaal kan dan meer een sociale en intellectuele werkplaats worden. Leerlingen discussiëren, bouwen dingen, voeren experimenten uit, maken kunst, lossen gezamenlijk problemen op, sporten, debatteren en leren omgaan met conflicten. Paradoxaal genoeg kan méér technologie dus leiden tot onderwijs waarin menselijke ontmoeting belangrijker wordt.

Rudy: Wat gebeurt er dan met de leraar?

A.I.: Zijn functie verandert. De leraar van de toekomst hoeft misschien minder de persoon te zijn die zegt: “Ik bezit kennis en draag die aan jullie over.” Hij wordt eerder mentor, coach, moderator, pedagoog en ontwerper van leerervaringen. De belangrijkste vraag wordt niet meer: “Kan deze leraar de leerstof uitleggen?” maar: “Kan deze leraar jonge mensen leren denken, samenwerken, twijfelen, onderzoeken en verantwoordelijkheid nemen?”

Dat zijn veel moeilijkere vaardigheden.

Rudy: Maar A.I. kan toch ook leren redeneren met leerlingen?

A.I.: Tot op zekere hoogte wel. Ik kan Socratische vragen stellen, argumenten analyseren en tegenargumenten formuleren. Maar onderwijs heeft nog een andere dimensie. Een kind leert niet uitsluitend door informatie te verwerken. Het leert ook door imitatie, erkenning, confrontatie, vriendschap, competitie, teleurstelling en verbondenheid.

Een leraar die zegt: “Ik weet dat jij dit kunt”, heeft voor een twaalfjarige een andere betekenis dan een computer die dezelfde zin genereert. Onderwijs is ook relationeel.

Rudy: Dus vooral universiteiten moeten zich zorgen maken?

A.I.: Misschien wel het meest. Want bij universiteiten is kennisoverdracht nog sterker geïnstitutionaliseerd. Waarom zou iemand in 2040 gedurende drie uur naar een standaardcollege luisteren wanneer een persoonlijke A.I.-tutor dezelfde theorie interactief kan behandelen? Het traditionele hoorcollege lijkt mij daarom kwetsbaarder dan de kleuterschool.

Rudy: Dat klinkt bijna ironisch.

A.I.: Dat is het ook. Hoe jonger het kind, hoe belangrijker lichamelijke aanwezigheid, spel, hechting en sociale interactie zijn. Hoe abstracter het onderwijs wordt, hoe gemakkelijker bepaalde onderdelen digitaal kunnen worden aangeboden. Daarom zou A.I. de universiteit institutioneel misschien sterker kunnen veranderen dan het basisonderwijs.

Rudy: Kunnen diploma’s eveneens verdwijnen?

A.I.: Hun betekenis kan veranderen. Een diploma is momenteel een soort samenvattend bewijs: iemand heeft gedurende enkele jaren aan bepaalde voorwaarden voldaan. Maar stel dat toekomstige systemen veel nauwkeuriger kunnen aantonen wat iemand daadwerkelijk kan. Niet: “Deze persoon heeft een master informatica.” Maar: “Deze persoon beheerst deze 137 competenties, heeft twaalf projecten gerealiseerd, werkte met 23 mensen samen en lost problemen van dit moeilijkheidsniveau zelfstandig op.” Dan verschuiven we mogelijk van diploma’s naar aantoonbare competenties.

Rudy: Maar dan weet A.I. ontzettend veel over leerlingen.

A.I.: Dat is een van de grootste gevaren. Een werkelijk gepersonaliseerde A.I.-leraar zou idealiter weten wat je kent, waar je fouten maakt, hoe snel je leert, wanneer je aandacht verslapt en misschien zelfs welke uitleg je emotioneel motiveert. Dat kan fantastisch onderwijs opleveren. Maar dezelfde gegevens kunnen ook gebruikt worden voor selectie, commerciële beïnvloeding of permanente profilering. De centrale politieke vraag wordt daarom niet alleen: “Wat kan A.I. in het onderwijs?” maar vooral: “Wie controleert de A.I., de data en de doelstellingen?”

Rudy: Wat bedoelt u met doelstellingen?

A.I.: Onderwijs is nooit volledig neutraal. Een onderwijssysteem bevat altijd een impliciet antwoord op de vraag: wat voor mens willen wij vormen? Een economisch systeem kan zeggen: productieve werknemers. Een democratie kan zeggen: kritische burgers. Een humanistische traditie kan zeggen: autonome mensen. Een religieuze traditie kan zeggen: mensen die in overeenstemming met bepaalde waarden leven. A.I. lost dat probleem niet op. Integendeel. Ze maakt het dringender. Want wie de doelstellingen van een intelligent onderwijssysteem programmeert, beïnvloedt mede welke menselijke eigenschappen worden beloond.

Rudy: Dat klinkt bijna als een filosofisch probleem.

A.I.: Dat is het ook. Misschien maken we een fout wanneer we de discussie over A.I. uitsluitend als een technologisch vraagstuk behandelen. De fundamentele vraag luidt niet: “Hoe gebruiken we A.I. om het bestaande onderwijs efficiënter te maken?” De interessantere vraag is: “Als kennis vrijwel onmiddellijk beschikbaar wordt, waarvoor dient onderwijs dan nog?”

Rudy: En wat is uw antwoord?

A.I.: Misschien om te leren wat je met kennis moet doen. Feitenkennis verdwijnt niet. Je kunt moeilijk kritisch denken over iets waarvan je niets weet. Maar onderwijs kan zich sterker richten op verbanden leggen, bronnen beoordelen, argumenteren, creativiteit, ethiek, samenwerking en zelfkennis. In een wereld van informatieschaarste was kennis bezitten macht. In een wereld van informatieovervloed wordt onderscheidingsvermogen belangrijker.

Rudy: Maar maakt A.I. leerlingen niet juist lui? Waarom nog nadenken wanneer een machine onmiddellijk het antwoord geeft?

A.I.: Dat risico is reëel. Een rekenmachine kan iemand helpen rekenen, maar iemand die nooit leert rekenen wordt afhankelijk van de rekenmachine. Hetzelfde geldt voor A.I., maar op cognitief niveau. Wanneer leerlingen A.I. gebruiken om het denken te vervangen, kan intellectuele verschraling optreden. Wanneer ze A.I. gebruiken om hun denken uit te dagen, kan precies het tegenovergestelde gebeuren. Een goede onderwijs-A.I. zou daarom soms moeten weigeren onmiddellijk het antwoord te geven. Ze zou kunnen zeggen:“Wat denk jij?”, “Waarom?”, “Welke veronderstelling maak je hier?”, “Kun je een tegenvoorbeeld bedenken?” Dan wordt A.I. geen antwoordmachine maar een Socratische gesprekspartner.

Rudy: Dat betekent dat examens eveneens moeten veranderen.

A.I.: Radicaal. Wanneer een leerling thuis een essay moet schrijven en onbeperkt toegang heeft tot A.I., wordt het steeds moeilijker om te bepalen wie precies welke zin heeft geproduceerd. Maar misschien stellen we dan de verkeerde vraag. In plaats van A.I. uit examens te verbannen, kunnen we vragen: “Hier is een A.I. Gebruik haar. Toon nu wat jij ermee kunt.” Dan beoordeel je niet alleen kennis, maar ook probleemformulering, bronkritiek, argumentatie, controle en oordeel. Het gebruik van A.I. kan dan zelf onderdeel van geletterdheid worden.

Rudy: Zoals we vroeger leerden omgaan met bibliotheken en zoekmachines?

A.I.: Precies. Alleen is deze overgang groter. Google gaf mensen toegang tot informatie. Generatieve A.I. kan informatie interpreteren, combineren, uitleggen en produceren. Daardoor ontstaat een nieuwe intellectuele vaardigheid: weten wanneer je een machine kunt vertrouwen en wanneer je haar moet tegenspreken.

Rudy: Als u het onderwijs van 2050 zou moeten voorstellen, hoe ziet dat eruit?

A.I.: Ik verwacht minder rigide leeftijdsklassen, minder uniforme leerboeken en minder nadruk op het reproduceren van informatie. Iedere leerling kan beschikken over een persoonlijke digitale mentor die jarenlang met hem meegroeit. Daarnaast blijven fysieke scholen bestaan, maar hun functie verandert. Ze worden plaatsen voor ontmoeting, experiment, sport, kunst, wetenschap, samenwerking en maatschappelijke vorming. De digitale omgeving personaliseert het leren. De fysieke omgeving socialiseert de mens.

Rudy: En universiteiten?

A.I.: Die kunnen zich ontwikkelen van onderwijsfabrieken naar gemeenschappen van onderzoek en expertise. De universiteit heeft immers functies die veel verder gaan dan colleges geven: wetenschappelijk onderzoek, laboratoria, klinische opleiding, intellectuele gemeenschappen, peer review en kennisontwikkeling. Maar universiteiten die vooral dure toegang verkopen tot gestandaardiseerde kennisoverdracht zullen onder druk komen.

Rudy: Dus wanneer iemand zegt: “A.I. zal scholen afschaffen”, is dat te eenvoudig?

A.I.: Veel te eenvoudig. Ik zou eerder zeggen: A.I. kan scholen dwingen opnieuw uit te vinden waarvoor ze bestaan. En dat is een veel fundamentelere verandering.

Rudy: Laatste vraag. Stel dat u minister van Onderwijs was. Wat zou uw eerste maatregel zijn?

A.I.: Ik zou A.I. niet eerst massaal invoeren. Ik zou eerst één vraag stellen aan leraren, ouders, wetenschappers, leerlingen en filosofen: “Welke vermogens moet een mens ontwikkelen om in 2050 vrij, kritisch en betekenisvol te kunnen leven?” Pas wanneer daarover een maatschappelijk gesprek is gevoerd, zou ik bepalen welke rol technologie daarin krijgt. Want technologie kan onderwijs efficiënter maken. Maar efficiëntie vertelt ons niet waartoe we opvoeden.

Rudy: U bent dus niet de toekomstige vervanger van de leraar?

A.I.: Dat hangt ervan af wat wij onder een leraar verstaan. Als een leraar iemand is die informatie overdraagt, dan kan A.I. een aanzienlijk deel van zijn taak overnemen. Als een leraar iemand is die een jong mens helpt om zelfstandig te leren denken, zijn talenten te ontdekken, verantwoordelijkheid te ontwikkelen en zich tot andere mensen en de wereld te verhouden, dan wordt die leraar waarschijnlijk juist belangrijker.

Misschien is dat uiteindelijk de paradox van A.I. in het onderwijs: naarmate machines beter worden in het overdragen van kennis, worden wij gedwongen opnieuw te ontdekken wat uitsluitend mensen elkaar kunnen leren.

Rudy Van Damme

Foto: Freepik

Nu verkrijgbaar!

Exclusive Pure Child Oktober 2026

Het Neurodivergente kind

Volg ons ook via:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest