Het magazine dat kinderen benadert met een open geest

Search

Het indijken van negatieve stress op school

Negatieve stress op school

Richard Louv, auteur van het boek: ‘ Het laatste kind in het bos’,  stelt een groeiend ‘nature-deficit disorder’ vast bij hedendaagse kinderen. Deze ‘gebrek-aan-natuur stoornis’ is geen medische diagnose maar schetst eerder een manier van denken over het probleem. ADHD, rusteloosheid, moeite hebben met aandacht, luisteren, opdrachten opvolgen en focussen op taken, agressiviteit, niet-sociaal zijn en zwak cognitief presteren, zijn de symptomen die Louv linkt aan het   gebrek van een natuurlijke omgeving. Peter Kahn (Stichter van menselijke interacties met de natuur en technologische systemen, Washington) wijst naar de bevindingen van meer dan honderd studies die het belangrijke voordeel van het kunnen verlagen van het stressniveau door de natuur aangeven (Louv, 2006). Maar waarom is dit nu zo belang- rijk om te weten voor leerkrachten en ouders?

Negatieve stressfactoren

Het is niet alleen een ‘tekort-aan-natuur’ die negatieve stress veroorzaakt. Ook de  beeldschermcultuur, de prestatie- druk van ouders en school spelen een rol maar ook ontwikkelingsfactoren zoals te weinig beweging, vrij spelen en zintuiglijke stimulatie. Daarbij mogen we de familiale problemen niet vergeten zoals (v)echtscheiding, verwaarlozing, misbruik, geweld. Ze beïnvloeden allemaal het vermogen tot leren op een negatieve manier. Kinderen die lang in een stresssituatie zitten, gaan daardoor minder kansen hebben om de zenuwverbindingen te boetseren in het breingedeelte (frontale kwabben) dat instaat voor het leren. Het verband tussen stress en leer- en gedragsproblemen wordt meer en meer duidelijk.

We kunnen daardoor beter begrijpen waarom we een stijgend aantal kinderen hebben die een beperkt leervermogen tonen. Want al de opgesomde negatieve stressfactoren en de mogelijke combinaties daarvan, komen meer en meer voor in het dagelijkse leven van onze kleuters en leerlingen.

Overlevingsmodus van het brein

Ergens moeten we inzien waarom bij kinderen onder negatieve stress, juist al die vaar- digheden die ze nodig hebben voor het leren, voor een deel of helemaal onderuit worden gehaald. Want welke factor dan ook, zorgt ervoor dat het brein na een tijd in overlevingsmodus gaat en dit lokaliseert zich in het reptielenbrein of de achterhersenen. We zien dan vecht-, vlucht- of blokkeerreacties verschijnen. Maar het leren situeert zich in de voorhersenen of de cortex. En beide hersenhelften werken onder stress niet meer samen. Waardoor het denken, plannen, waarnemen, luisteren, opletten maar ook het lezen en rekenen niet meer zo vlot gaat.

Hierdoor sturen kinderen signalen uit waardoor we de ware oorzaken kunnen vinden, tenminste wanneer we achter het gedrag durven kijken. Doen we dit niet dan wordt er we ons ervan bewust zijn dat het kind steeds kan blijven onderpresteren. Dit wil zeggen dat het minder presteert dan zijn natuurlijke begaafdheid aangeeft.

Negatieve stress kan, buiten het onderpresteren, zich uiten in: gespannen houding van het lichaam, bewegingsonrust, snel en veel huilen, wegdromen, boos worden en met materiaal gooien, tegenspreken, weigeren een instructie te volgen, overgevoelig zijn voor zintuiglijke prikkels, angsten en een laag zelfbeeld, faal- angst of perfectionisme, uitstelgedrag, concentratie- en geheugenproblemen (Peer- lings, 2008, p. 120-123).

De natuur als therapie

Als we beseffen dat steeds meer kinderen gebukt gaan onder negatieve stress, aan ge- wakkert door allerlei factoren, kunnen we de natuur gebruiken als therapie. Dit heeft een groot heilzaam effect op zowel de leerprestaties als op het gedrag.

Kinderen die in een groene omgeving leven kunnen zich beter wapenen tegen stress dan kinderen die dit voor- recht niet hebben (Louv, 2006)

Zij die in een hectische omgeving zoals steden leven en daar naar school gaan, zijn in dat opzicht vaak benadeeld. Het is dan ook niet verwonder lijk dat in de stedelijke scholen meer stress gerelateerde symptomen zichtbaar zijn dan in de scholen op het platteland. Het verband met zwakkere schoolresultaten en meer leer- en gedragsproblemen in de steden is dus aannemelijk.

Indien we het stressprobleem bij kleuters en leerlingen willen oplossen dan hebben we twee middelen om dit op een natuurlijke wijze te doen. Ten eerste de heilzame kracht van de natuur en ten tweede het aanbieden van veel beweging. Zo kunnen we het ver mogen tot leren op krikken. Deze beiden zijn samen met relaxatie en mindfulness de belangrijkste troeven die we ter beschikking hebben om te vermijden dat kinderen minder of niet in staat zijn om te leren.

Extra inspanning voor leerkrachten

We willen hier duiden dat heel wat inspanningen van leerkrachten om de leerstof aan te bieden aan stressvolle kinderen grotendeels verloren kunnen gaan. Zij kunnen daardoor gefrustreerd geraken. Het lesgeven wordt dan een vrij vermoeiende en zenuwslopende taak door de zwakke prestaties en mogelijke gedragsproblemen. Kinderen pikken immers minder op van de instructies en leerstof omdat stress de zintuigen blokkeert (Peerlings, 2008). Het luisteren en waarnemen lijden hieronder, waardoor de leerkracht genoodzaakt wordt om te blijven herhalen. Tijd die eerder nuttig besteed zou kunnen worden aan beweging en de heilzame kracht van de natuur. Want niet alleen die waarneming maar ook het denken, geheugen en plannen kunnen we zo verbeteren. Vaak beschouwen we als leerkracht beweging of naar een bos wandelen en daar even de kinderen laten spelen als verloren tijd omdat de voorziene leerstof niet ‘gezien’ kan worden. Maar als we willen dat minstens een deel van de leerstof toch echt ‘beklijft’ hebben we eigenlijk geen andere keuze. Uitgaan van oorzaken die stress kunnen veroorzaken en daar iets aan doen, heeft steeds meer zin gewoon een  leer- of gedragsprobleem vastgesteld. Het benoemen of het ‘labelen’ van symptomen is dan ook niet meer veraf en vaak onterecht.

Tot slot

De visie van ‘ontwikkelend leren’  komt hier weer op de voorgrond. In plaats van ons te richten op de leerstof en de cognitieve normen die we als schoolteam en leerkracht kost wat kost willen behalen, richten we ons op de noden van het kind zelf. En paradoxaal genoeg gaan we door dit te doen uiteindelijk betere leerprestaties en meer gepast gedrag zien. Het verband tussen heel veel tijd besteden om de leerstof aan te brengen en betere leerresultaten bereiken is niet zo evident. Finse kinderen bijvoorbeeld zitten minder lang op de schoolbanken en hebben meer speeltijden.

Dus wanneer je als leerkracht, begeleider merkt dat leerlingen te veel stresssymptomen hebben om te leren, ga dan eerst even een half uurtje buiten en als het kan, echt in de natuur, een park of bos dicht in de buurt. En zorg vooral dat iedereen echt actief speelt en niet stil zit op een bank. Kinderen laten lopen heeft een heel heilzame invloed op hun stressniveau. Elke ochtend en eventueel namiddag een half uurtje rennen, zorgt ervoor dat kinderen beter kunnen leren en minder de gedragsproblemen vertonen die we hebben opgesomd. Vooral voor stedelijke kinderen is het buiten vertoeven en meer bewegen, wandelen of spelen in een bosrijke omgeving een therapeutische noodzaak geworden.

Guy Stevens

Auteur van het boek: “ Help! Te veel kinderen vallen uit op school

Te bestellen via: guystevens4356@gmail.com   

www.ontwikkelend-leren.be

 

Boek: Stresskids W.PeerlingsStress kids

Boek: Het laatste kind in het bos   Richard LouvHet laatste kind in het bos 

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Previous slide
Next slide

Reageren op dit artikel..