Lost straffen werkelijk het onderliggende probleem op?
Wanneer we enkel reageren op het gedrag zonder stil te staan bij wat erachter schuilt, kan een kind zich nog meer verloren voelen. Daardoor blijft het vaak grijpen naar negatief gedrag als een roep om aandacht. Maar wat verstaan we eigenlijk onder ‘negatief’ of ‘fout’ gedrag?
Doorheen mijn ervaringen leerde ik dat een positieve, opbouwende aanpak veel meer oplevert. Ze zorgt niet alleen voor betere resultaten, maar ook voor herstel van de verbinding tussen opvoeder en kind.
Iemand die mijn boek ‘Begrijp me dan toch’ las, vertelde me ooit dat ze de aanpak te zacht vond. Eerst moest ik dat even laten bezinken, maar al snel zag ik het als een compliment. Want precies daarin ligt de kracht van mijn boodschap: zachtheid is een kracht. In het boek werk ik met veel herkenbare voorbeelden, omdat praktijkervaring vaak meer zegt dan theorie alleen.
Straffen versus een positieve, opbouwende en zachte aanpak
Een peuter kwam nieuw in de groep. Hij speelde nauwelijks, maar sloeg voortdurend andere kindjes. Zoals bij alle peuters die andere kinderen pijn doen, reageerde ik rustig en duidelijk: “Hier doen we dat niet. Wij zijn lief voor elkaar. We geven elkaar een knuffel of een zacht aaitje.” Hij begreep het en deed gewillig mee. In het begin moest ik dit vaak herhalen, maar elke dag verminderde het slaan. Uiteindelijk hoefde ik zelfs niets meer te zeggen. Wanneer hij toch nog sloeg, zocht hij eerst oogcontact met mij en corrigeerde zichzelf spontaan door een streeltje of knuffel te geven.
Het contrast werd extra duidelijk toen dezelfde situatie door een collega anders werd aangepakt. Ik veroordeel haar zeker niet; ook ik heb moeten groeien in mijn manier van omgaan met kinderen.
Op een ochtend kwam ik binnen en de peuter stond angstig, ineengedoken in een hoekje, gestraft omdat hij opnieuw had geslagen. Nog voor ik iets zei, kwam hij naar mij toe en streelde onderweg ALLE kindjes die hij passeerde.
Dat moment liet zo mooi zien hoe sterk kinderen reageren op de energie rondom hen en op de manier waarop we hen benaderen.
Samenwerken met ouders en opvoeders
Achter agressief gedrag schuilt bijna altijd onmacht.
Zowel het kind als de opvoeder weten soms niet meer hoe om te gaan met een situatie.
Een gesprek met de mama van deze peuter maakte al snel duidelijk dat de thuissituatie veel onzekerheid en instabiliteit veroorzaakte. Het kind kon die spanning niet verwerken. Daarom is het zo belangrijk om verder te kijken dan het gedrag alleen. Wat probeert een kind eigenlijk duidelijk te maken? Welke pijn, spanning of behoefte zit eronder? Die onderliggende oorzaak bepaalt mee welke aanpak echt helpend kan zijn.
De mama kwam ons later zelfs bedanken, omdat haar zoon het uiteindelijk heel goed deed op school. Voortdurend straffen of kinderen afzonderen van de groep lost zelden iets op. Integendeel: het vergroot vaak net de innerlijke onrust.
Welke levenslessen geven we mee?
Hoe wij reageren op “foute” situaties bepaalt welke levenslessen kinderen meenemen. Wanneer we straffen, geven we vaak onbewust de boodschap:
“Fouten maken mag niet.” Wanneer we rustig blijven, zonder te oordelen, leren kinderen iets heel anders namelijk: fouten maken mag, je leert hierdoor verantwoordelijkheid opnemen en je leert groeien uit je fouten. En ja, dat begint al van kleins af aan.
Twee voorbeelden uit de praktijk
1) De knuffel of fopspeen uit bed gooien
Wanneer kindjes hun knuffel of fopspeen uit bed gooiden, kregen ze die na een eerste waarschuwing niet meteen terug. Ik bleef hieronder bewust heel rustig en sprak toen: “Hé blijkbaar heb je die nu niet meer nodig.” Ze begrepen heel goed wat er gebeurd was. Zodra ze wakker werden, mochten ze zelf alles terug in bed leggen. Hierbij herhaalde ik rustig dat ze hun knuffel beter niet weggooiden als ze die de volgende dag opnieuw bij hen in hun bedje wilden. Op die manier leerden ze verantwoordelijkheid nemen, zonder strijd of straf.
2) Het kind dat bleef vertellen aan tafel
Een jongen van acht jaar vertelde tijdens het eten voortdurend mopjes. Tegen dat iedereen klaar was met eten, was hij nog steeds aan het praten. Na veel straffen van de collega’s zonder resultaat, stelde ik iets anders voor.
Vanaf het begin van de maaltijd werd rustig uitgelegd dat hij evenveel tijd kreeg als de andere kinderen. Wanneer iedereen klaar was, zou ook zijn bord worden weggenomen. En ja hoor hij had het begrepen, één keer was voldoende. In plaats van te straffen, werd de verantwoordelijkheid bij het kind gelegd. Hij mocht zelf kiezen: blijven praten of eten.
Gedrag is vaak lichaamstaal
Jonge kinderen beschikken nog niet over voldoende woorden om hun gevoelens uit te drukken. Daarom spreken ze vaak via gedrag. Maar wat proberen ze precies te vertellen?
- Willen ze gezien worden?
- Reageren ze op spanning?
- Voelen ze zich niet begrepen?
Twee peuters maakten ooit ruzie terwijl ze normaal beste vriendjes waren. Ik benoemde rustig wat ik voelde gebeuren. De eerste peuter wilde graag samen spelen. Zijn vriendje had daar op dat moment geen zin in. Toen dat erkend werd, konden beide kinderen dit aanvaarden. Even later probeerden ze opnieuw contact te maken, deze keer met succes. Wat zou er gebeurd zijn als ik hen meteen had gestraft? Straffen lost het onderliggende gevoel niet op. Begrijpen wat er speelt wel.
De gevolgen van straffen
Een kind dat vaak gestraft wordt, kan angsten ontwikkelen, faalangst opbouwen, zich afsluiten, rebelleren of steeds minder zelfvertrouwen krijgen. Soms ontstaat een vicieuze cirkel: het gedrag escaleert, waardoor volwassenen nog meer gaan straffen. Op zulke momenten kan het helpend zijn om eerst allebei tot rust te komen. Zie het als een scorebord van energie. Misschien zit een relatie op dat moment aan 95% negatieve spanning en slechts 5% verbinding.
Dan heeft het weinig zin om nog harder te controleren of straffen. Het helpt meer om opnieuw kleine positieve momenten te creëren: complimentjes geven, samen lachen, iets doen wat plezier brengt en vooral opnieuw verbinding zoeken. Zo groeit die 5% stilaan weer groter.
Wat een positieve aanpak kinderen leert
Een kind dat positief benaderd wordt, voelt zich welkom, durft grenzen veilig verkennen, ontwikkelt zelfvertrouwen, bouwt een gezond zelfbeeld op en leert verantwoordelijkheid opnemen.
Positief opvoeden betekent niet dat je alles goedkeurt of gedrag negeert. Het betekent dat je verder kijkt dan wat je op het eerste gezicht ziet. Gedrag ontstaat nooit zomaar. Daarom zijn observeren, voelen en begrijpen zo belangrijk, zonder meteen te oordelen. Alsook durven kijken hoe jij jezelf voelt: ‘ Ben jij als begeleider gespannen of ben je rustig’. Want ook dit wordt door de kinderen gevoeld en vaak in het gedrag gespiegeld. Hou daar ook rekening mee.
Tot slot
Opvoeden is een kind begeleiden naar volwassenheid. Het is:
- bijsturen,
- levenslessen meegeven,
- grenzen leren verkennen,
- mogen vallen,
- en telkens opnieuw mogen opstaan.
Kinderen leren niet alleen uit wat wij zeggen, maar vooral uit wat wij zelf voorleven. We kunnen van een kind niet verwachten wat we zelf niet tonen. En net zoals kinderen groeien, groeit ook onze manier van opvoeden mee. Een positieve aanpak is een opbouwende zachtheid met grenzen aangeven.
Het is opvoeden vanuit verbinding, bewustzijn en vertrouwen.
Lieve Seys
Auteur van het boek: ‘Begrijp me dan toch’
ISBN: 9789464684735