Alle ouders komen voor uitdagingen te staan waarbij kinderen verminderd aanspreekbaar zijn. Sterker nog: soms gaan ze volledig in de weerstand. Grote mond geven, met spullen gooien, tegen dingen aan schoppen, schreeuwen of juist huilen en vastklampen. En soms reageren ze even helemaal niet meer. Dan zijn ze ineens stil en teruggetrokken.
In dit artikel wordt beschreven wat er op zo’n weerstand- of terugtrekmoment in het lijf, met name in het autonome zenuwstelsel, van je kind gebeurt waardoor het even niet meer adequaat en vanuit verbinding kan reageren. Het kind doet dan een beroep op jou als ouder om het te helpen.
Na het lezen van dit artikel zul je sneller herkennen wat er op zo’n moment gebeurt én hoe je je kind kan helpen om door zo’n weerstand- of terugtrekmoment heen te ‘bewegen’ en contact te maken met wat het hiervoor nodig heeft. Dit noemen we co-regulatie.
Note: In dit artikel geven we de werkzaamheid van het autonome zenuwstelsel vereenvoudigd weer om de leesbaarheid te vergroten.
Signaalgedrag
Een overprikkeld brein is een signaal van een getriggerd autonoom zenuwstelsel (AZS). Dit is geen oorzaak maar een symptoom van disregulatie van het AZS. Om het brein van het kind te kalmeren, moeten we dus níet op het niveau van het denken werken, maar op het niveau van het autonome zenuwstelsel. We kunnen het gedrag van het kind verklaren als zijnde signaalgedrag dat het kind de situatie even niet meer de baas kan: het getriggerde AZS heeft het roer overgenomen. Als volwassene hebben we de belangrijke taak om het kind op zo’n moment te co-reguleren. Hierbij moeten we de context loslaten en ons focussen op de triggerstaat van het AZS van het kind, wat immers de oorzaak van het gedrag is. Doel van onze co-regulatie is het AZS van het kind te helpen om vanuit triggerstand terug te keren in zijn chillzone: de staat waarin het kind wél toegankelijk is voor interactie en oplossingen.
Hiërarchie van autonome zenuwstelsel (AZS)
Om disregulatie, zoals overprikkeling, bij het kind te kunnen herkennen, is het van belang dat we als volwassene beseffen dat het AZS een evolutionair patroon kent in de manier waarop het reageert op zijn omgeving. Dit doet het vanuit de basisvraag ‘is het veilig of onveilig?’ Deze voorspelbaarheid wordt hiërarchie genoemd en is te vergelijken met een ‘ladder’: de autonome ladder (zie afbeelding De autonome ladder in kernwoorden).
Wanneer we ons veilig voelen, bevindt ons AZS zich in zijn chillzone. Deze kenmerkt zich door de mogelijkheid om ons te verbinden met onszelf en anderen. Met onze chillzone online is ook onze neocortex online met zijn helder denken en probleemoplossend vermogen. Verbinden en helder denken zijn dan ook chillzone-kwaliteiten.
Wanneer we in een situatie terechtkomen die voor ons AZS onveilig is of misschien zelfs overweldigend voelt, kan het vanuit zijn chillzone de situatie niet meer de baas blijven. Het activeert (vaak zonder dat we het in de gaten hebben) in een nanoseconde een triggerstaat: als eerste de vecht-vluchtrespons. Deze vecht-vluchtstaat zorgt ervoor dat functies in ons lichaam actief worden die het mogelijk maken om adequaat op de gesignaleerde onveiligheid te reageren. Het AZS zorgt hiermee voor ‘in beweging komen’, ofwel door van de bron van onveiligheid weg te bewegen (vluchten) ofwel ernaar toe (vechten). Daarnaast zorgt deze triggerstaat ervoor dat onze neocortex buiten werking wordt gesteld. Onze emotionele hersenen (het limbisch- en reptielenbrein) nemen het roer over. Dit is van belang als we straks naar het overprikkelde (overweldigde) kind gaan kijken.
Wordt de beleving van onveiligheid nog sterker doordat bijvoorbeeld vechten of vluchten niet mogelijk is, dan schakelt het AZS automatisch door naar zijn laatste redmiddel. De triggerstaat van complete overgave, oftewel bevriezing. Evolutionair gezien is dit het slimste wat het AZS kan doen, het geeft simpelweg de grootste kans op overleving.
Neuroceptie: onze veiligheidsradar
Ons AZS heeft maar één taak: overleven. Met behulp van een intelligente veiligheidsradar scant het 24/7 zijn omgeving vanuit de basisvraag ‘is het veilig of onveilig?’ Dit proces noemt Stephen Porges neuroceptie. Hierover hoeven we niet na te denken, het gebeurt in een nanoseconde en volledig onbewust. Wanneer deze veiligheidsradar een te grote ‘blieb’ geeft, activeert ons AZS acuut ons fysieke systeem (brein, lichaam, spieren, organen) zodat het zich kan verdedigen. Het activeert een triggerstaat van vechten, vluchten of bevriezen, afhankelijk van wat hij hierin het meest effectief acht.
De onbewuste werking van deze 24/7 veiligheidsradar, gecombineerd met het feit dat ons AZS zélf een passende triggerreactie kiest, maakt dat ons blije, samenwerkende kind dus ineens kan veranderen in een grauwende wolf, een vuurspuwende draak, een bibberend konijntje of een bewegingloos hoopje ellende. En dit alles gebeurt dus onbewust en volautomatisch. Dus: wie is er nu de baas in huis?
Hieronder volgt een beschrijving van kenmerken van de verschillende staten van ons autonome zenuwstelsel. Deze kenmerken zijn voorbeelden en kunnen per persoon en ontwikkelingsfase verschillen.
Chillzone
Wanneer ons AZS zich veilig voelt, gaat het automatisch in z’n chillzone. Dit noemen we ook wel de verbindingsstaat van ons AZS.
Hoe herken je een kind dat in zijn of haar chillzone zit? Dit kind:
- vertoont spontaan, creatief, speels en nieuwsgierig gedrag.
- vindt het leuk om te verbinden, is sociaal.
- kan helder denken.
- voelt en geeft aan wat het nodig heeft.
- geeft -in verbinding- zijn of haar grenzen aan.
- gaat positief om met verlies en tegenslag, het heeft de groeimindset online.
- kan eigen emoties (tot op zekere hoogte) voelen en reguleren.
- ervaart innerlijke rust en zelfvertrouwen.
Met de chillzone online voelt het kind zich veilig genoeg om zijn aandacht te verdelen tussen zijn belevingswereld en de buitenwereld. Het is in contact met zichzelf terwijl het zich verbindt met een ander. Dit is een belangrijk kenmerk van de chillzone. Zit ons AZS eenmaal in een triggerstaat dan is onze aandacht nadrukkelijk op de buitenwereld gericht óf (in het geval van bevriezing) onze aandacht is offline.
Taal AZS leren verstaan
Nu we weten in welke staat het AZS zit wanneer het zich veilig voelt, kunnen we door naar de staten waarin het schiet wanneer het zich onveilig voelt. Evolutionair gezien volgt het AZS hierin een hiërarchie. Als eerste kiest het voor vluchten. Wanneer dit niet kan, kiest het voor vechten. En wanneer het gevoel van onveiligheid te overweldigend wordt, schakelt het over naar bevriezen.
Elke staat van ons AZS (of het nu chill is of getriggerd) heeft hierbij zijn eigen invloed op ons mentale, emotionele, fysieke en gedragsniveau. Zonder dat we het in de gaten hebben, zijn onze gedachten, emoties en gedrag het gevolg van de staat waarin ons AZS zich bevindt. En alleen in de chillzone zitten we in onze ‘happy space’, de beste en meest ontspannen versie van onszelf en zijn we fysiek in staat tot verbinden.
Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat we, zo vaak als mogelijk is, in onze chillzone zitten?
Om te beginnen moeten we in onszelf leren herkennen wat onze triggergedachten, -emoties, -lichaamssensaties en triggergedrag zijn. Dit noemen we het ‘leren verstaan van de taal van ons AZS’. Wanneer we de taal van ons AZS verstaan, kunnen we herkennen in welke staat het zit, ook wanneer de omstandigheden lastig worden. Dit is een basisvoorwaarde om onszelf en het kind te kunnen (helpen) reguleren.
Vluchten of vechten
De triggerstaat ‘vluchten’ kenmerkt zich doordat we ons van het object van onveiligheid weg bewegen.
Vluchten
|
Wat we denken |
|
|
Wat we voelen |
|
|
Wat we in ons lijf opmerken |
|
|
Wat we laten zien |
|
De verdedigingsstaat ‘vechten’ kenmerkt zich doordat we ons naar het object van angst of frustratie toe bewegen en kun je als volgt herkennen:
Vechten
|
Wat we denken |
|
|
Wat we voelen |
|
|
Wat we in ons lijf opmerken |
|
|
Wat we laten zien |
|
Overdrive: de plaat blijft hangen
De verdedigingsstaat ‘vechten en vluchten’ is door ons AZS bedoeld als kortdurende interventie om bij gevaar onszelf in veiligheid te brengen. In onze huidige maatschappij zie je echter dat zowel volwassenen als kinderen nogal eens in deze triggerstaat blijven hangen. Dit ‘blijven hangen’ noemen we de substaat ‘overdrive’. Wanneer ons AZS te lang of te vaak in zijn vecht-vluchtrespons zit, kan dit ervoor zorgen dat ons hormonale systeem in een (adrenaline)loop terecht komt. Vecht- en vluchtstofjes blijven dan in ons systeem ronddraaien. Met nadelig gevolg: we blijven rennen, ook al zijn we moe of uitgeput. We blijven piekeren, ook al weten we dat het geen zin heeft. En die ene taak moet per se af, ook al weten we dat het beter is om een time-out te nemen.
Overdrive
|
Wat we denken |
|
|
Wat we voelen |
|
|
Wat we in ons lijf opmerken |
|
|
Wat we laten zien |
|
Deze substaat bevat volop burn-outmateriaal. Aan de buitenkant kan het er actief en gedreven uitzien. Het feit echter dat we niet meer kunnen stoppen of ontspannen laat zien dat ons natuurlijke actie-rustritme uit balans is. Een belangrijke taak van ons AZS.
Bevriezen
Wanneer het AZS niet vrij is om zijn impulsen van vechten en vluchten te volgen óf de trigger te overweldigend is, neemt de arousal in ons AZS zodanig toe dat het kiest voor zijn laatste triggerstaat ‘bevriezen’. Een voorbeeld: een kind wordt onverwacht door de docent aangesproken in de klas. Het AZS van het kind schrikt en raakt getriggerd. Het wil vluchten maar volgens de klasregels moet het kind op zijn plaats blijven. Het systeem van het kind heeft dan nog één uitweg: bevriezen. Aan de buitenkant ziet dit er gehoorzaam uit, op fysiologisch niveau echter praten we over een overweldigd, bevroren AZS. De chillzone van het kind is ‘offline’. Terwijl de chillzone juist de staat is waarin het leer-, denk- en opnamevermogen van het kind optimaal ‘online’ is.
Nu kent de triggerstaat ‘bevriezen’ (freeze) twee verschillende substaten: de frantic freeze en de collapse shutdown. In de frantic freeze is de arousal zo groot dat het lijf niet meer in staat is om in beweging te komen. Van binnen worden de vecht- of vluchtimpulsen wel geactiveerd, maar de spieren zijn zodanig verkrampt dat beweging onmogelijk is. In de dierenwereld is dit het geschrokken konijntje dat onbeweeglijk in de koplampen van een naderende auto kijkt.
Frantic Freeze
|
Wat we denken |
Er wordt niet veel meer gedacht. Er is alleen nog maar ‘help’, woordeloze verbijstering of ‘helemaal blanco’. De denkende cortex is down (offline). |
|
Wat we voelen |
|
|
Wat we in ons lijf opmerken |
|
|
Wat we laten zien |
|
Wanneer de staat van bevriezen verder toeneemt, volgt de collapse shutdown. Dit is de staat van complete overgave. Het AZS besluit dat verslappen de enige manier is om te overleven. In de dierenwereld is dit de gazelle die zich dood houdt wanneer de leeuw het in zijn bek neemt, in de hoop dat de leeuw zijn interesse verliest.
Collapse Shutdown
|
Wat we denken |
|
|
Wat we voelen |
|
|
Wat we opmerken in ons lijf |
|
|
Wat we laten zien |
|
Zelfregulatie en co-regulatie
Nu we de taal van ons eigen AZS verstaan en deze in het kind herkennen, kunnen we de volgende stap zetten: we kunnen het AZS leren reguleren. Dit reguleren begint bij onszelf. Alleen wanneer wij als volwassene zelf in onze chillzone zitten, kunnen we het kind helpen om in zijn chillzone terug te komen. Zelfregulatie komt vóór co-regulatie.
Belangrijk hierin om te weten: onze chillzone kunnen we niet faken. De veiligheidsradar van het AZS is haarfijn afgesteld op niet-congruent gedrag van de mensen om zich heen. Bespeurt het dat er iets niet klopt? Dan slaat het onmiddellijk alarm. Hoe vriendelijk we als volwassene ook naar het kind spreken: wanneer ons eigen AZS getriggerd is, heeft de veiligheidsradar van het kind dit allang opgepikt en voelt het zich direct onveilig.
Zelfregulatie komt dus vóór co-regulatie. Dit vraagt van ons als volwassene een stevige chillzone. En meer. We moeten de taal van ons AZS herkennen en -wanneer het alsnog getriggerd raakt- onszelf kunnen reguleren. On the spot en in het heetst van de strijd. Pas dan kunnen we het getriggerde systeem van het kind helpen reguleren door middel van co-regulatie.
Dit proces van zelf- en co-reguleren vraagt een dubbel bewustzijn. Eén deel van onze aandacht blijft op onszelf gericht: in welke staat zit mijn AZS en wat kan ik doen om het, wanneer getriggerd, terug te brengen naar zijn chillzone? Het andere deel van onze aandacht is gericht op het kind: in welke staat zit diens AZS en wat kan ik als volwassene doen om het, wanneer het getriggerd is, te helpen terugkomen in zijn chillzone?
Quote: Zelfregulatie komt vóór co-regulatie
Praktische tips
Vanuit het AZS bekeken kun je de volgende (co)regulatietips uitproberen.
Zelfregulatie
Voordat je in contact treedt:
- Check bij jezelf of je chillzone online is of dat je AZS in een triggerstaat (en zo ja: welke?) zit.
- Wanneer je merkt dat je tijdens een gesprek met het kind getriggerd raakt:
-
- Adem in door je neus en (langer) uit door je mond.
- Wiebel even met je tenen en wrijf met je voeten over de grond.
- Neem een time-out: ga een glas water halen of even naar het toilet. Pas ondertussen één van de vorige tips toe.
Co-regulatie
Dit kun je doen om het kind te helpen zijn of haar AZS te reguleren:
- Zet primair in op het reguleren van het stressniveau bij het kind en niet op het beheersen van zijn of haar probleemgedrag. Focus daarbij op verbinding: connect before correct.
- Maak contact op een voor het AZS van het kind veilige manier:
-
-
-
- Daal af naar het oogniveau van het kind.
- Maak rustige gebaren en houd je handen open en ontspannen.
- Gebruik je chillzone-stem: kalm, warm en melodieus.
- Ondersteun dit met een vriendelijke blik op je gezicht zodat ‘zien’ en ‘horen’ elkaar ondersteunen.
- Gebruik een zachte blik: compassie straal je uit via je ogen. Kijk het kind niet de hele tijd aan, dit werkt triggerend voor het AZS.
-
-
- Benoem neutraal wat je bij het kind waarneemt. Gebruik hiervoor de informatie uit de bovenstaande kaders om te benoemen wat je ziet en hoort. Biedt vervolgens het kind mogelijkheden om zichzelf te reguleren
Voorbeeld: ‘Ik merk dat je van mij wegdraait (vluchten). Wil je misschien even alleen zijn? Of wil je even voor jezelf een glaasje water halen?’
Door Dominique Krooijmans en Jennifer Nuij
Dominique is coach, trainer en docent. Ze ontwikkelde het concept Autonoom Leiderschap: zelfsturing vanuit ons autonome zenuwstelsel. Ze richtte de opleiding tot Embodiment Coach op. Geeft theatercolleges over het leven vanuit je autonome zenuwstelsel en is, naast blogger, enthousiast podcaster en interviewer binnen haar (Young Adult) Autonomy Lab. Momenteel schrijft ze een boek over Autonoom Leiderschap in de praktijk. (Foto: Tirza Determan van Lifsaga)
Jennifer is oprichter bij In balanz op school, auteur van het boek: Turnen voor beginnerz, Athletic Skills Model-instructeur, docent bewegingsonderwijs, opleidingdocent.
.

Autonome ladder 2.0 Pure Child