Het magazine dat kinderen benadert met een open geest

Search

Chronische pijn en onze vroege kinderjaren

Chronische pijn en onze vroege kinderjaren

Deze blog gaat over wat de vroege kinderjaren te maken hebben met chronische pijn en chronische condities later in het leven.

Nu eerst overleven

Wanneer de amygdala ‘gevaar’ detecteren geven ze een signaal aan de hypothalamus om hormonen te produceren die de vecht- en vluchtreflex activeren via de HPA-as. Dat is de afkorting van de meer bekende Engelse versie ‘Hypothalamic – Pituitary – Adrenal Axis’. De hypofyse (pituitary) produceert bij dreiging meteen preventief pijnstillende opioïden en geeft opdracht aan de bijnieren (adrenals) om adrenaline, noradrenaline en cortisol te produceren. Adrenaline en noradrenaline verhogen de hartslag en sturen meer bloed naar armen, benen en hoofd. Cortisol zorgt voor de afscheiding van glucose in het bloed en remt niet dringende functies zoals spijsvertering en reproductie af. Cortisol remt ook activiteit af in de hippocampus (belangrijk voor geheugen) en het voorhoofdbrein (belangrijk voor redeneren). Dit is allemaal om energie te sparen voor de hoogste prioriteit: nu eerst overleven.

Wanneer echter vechten en vluchten geen opties zijn wordt de freeze respons geactiveerd. Dat is in essentie een staat van verdoving, maar ook van hard aanspannen van het bindweefsel rond organen en spieren. De automatische zelfverdoving is om geen pijn te voelen. Het aanspannen van het bindweefsel zorgt er bijvoorbeeld voor dat we niet snel uitbloeden bij verwonding. De verdoving in de freeze respons wordt geproduceerd door nog veel meer opioïden vanuit de hypofyse in het systeem te brengen. Door de verdoving wordt niet alleen de fysieke pijn uitgeschakeld, maar dissociëren we ook mentaal of vallen soms zelfs bewusteloos.

Wat gebeurt er met het geheugen wanneer de freeze respons intreedt?

Behalve dat wat er met het lichaam gebeurt zoals het aanspannen van de bindweefsel en de verdoving met opioïden, gebeurt er bij trauma ook iets met hoe geheugen wordt vastgelegd. De hippocampus die normaal voor expliciet contextgeheugen zorgt, wordt uitgeschakeld en in plaats daarvan coderen de amygdala alles wat gebeurt als ‘impliciet geheugen’. Impliciet geheugen is een neuronennetwerk dat de innerlijke ervaring opslaat zonder de externe context (de hippocampus zou dat moeten doen).

Het impliciete geheugen codeert de ervaring op 4 niveaus: emotioneel, perceptueel, fysiologisch en procedureel. Dat laatste slaat op de bewegingen waar het lichaam doorheen gaat en de houdingen die het aanneemt. Die informatie wordt dus allemaal in detail opgeslagen op celniveau en per definitie buiten het bereik van het denkende zelf.

Dat zijn dus zaken zoals de vecht- en vluchtreflex die geactiveerd was, de boosheid, de woede, de doodsangst en de opgeef-reflex. Ook de machteloosheid, de lichaamshoudingen, gedachten zoals ‘ik ga dood!’, de bloeddruk, de chemische stoffen in het systeem, het immuunsysteem in actie, de tijdelijk gereduceerde functies (zoals spijsvertering en seksualiteit) , etc.

Kan trauma uit de kindertijd later voor pijn en ongemak zorgen?

Letterlijk elk detail van een traumatische gebeurtenis wordt geregistreerd op celniveau d.w.z. als impliciet geheugen! Deze informatie kan soms meteen actief zijn en blijven in de vorm van PTSS zoals na shock trauma. Soms kan ze ook ‘slapend’ aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld bij complex trauma uit de kindertijd. Complex trauma is in essentie een relatietrauma gekenmerkt door onveiligheid in een voor het kind biologisch en emotioneel belangrijke relatie. Meestal vooral met de moeder en andere gezinsleden.

Die ‘slapende informatie’ kan later in het leven geactiveerd worden door bepaalde ervaringen, zoals bijvoorbeeld terecht komen in een onveilige (toxische) relatie op het werk of privé. Dat veroorzaakt dan zogenaamde ‘onverklaarbare symptomen zoals fibromyalgie, auto-immuunziekten, migraine, etc.

Meer en meer onderzoek bevestigt dat de meeste chronische pijnen en ziektes later in het leven hun oorzaak hebben in de kindertijd. (Niet in het minst de beroemde ACE studie uit 1995 – ACE staat voor Adverse Childhood Experiences – maar sindsdien ook vele andere studies in de hele wereld)

Jan Bommerez

Jan Bommerez is bedrijfseconoom met focus op menselijk potentieel, in de werkomgeving. Zijn voornaamste thema’s zijn: flow, transformatie, leren loslaten en trauma. ‘Trauma’ is de grootste belemmering in het leven voor flow en transformatie te realiseren. https://jeugdtrauma.com/

PURE CHILD kreeg toelating om Jan Bommerez zijn blog verder te delen. Daar wij het belangrijk vinden om bewust te maken dat trauma’s  heel wat teweeg brengen in het leven van het kind én later. Gebeurt er iets vreselijks bij het kind,  zou het mooi zijn om het kind onmiddellijk te helpen om dit gevoel te uiten, te laten zijn en te helpen verwerken of te transformeren. In plaats van dit te onderdrukken en weg te stoppen.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Previous slide
Next slide

Reageren op dit artikel..